Kritiek op Informatie-uitwisseling en Externe Inhuur in Gemeenteoverleg
Tijdens een recent debat over de informatie-uitwisseling tussen commissieleden, uitten verschillende raadsleden hun zorgen over de manier waarop informatie wordt gedeeld en de inzet van externe krachten door de gemeente Castricum.
Politiekverslaggever Rijk de Bat
In een levendig debat over de informatie-uitwisseling tussen commissieleden, kwamen diverse zorgen naar voren over de manier waarop de gemeente Castricum externe krachten wil aantrekken en hoe informatie over belangrijke projecten wordt gedeeld. C.J. Rootjes opende de discussie met kritiek op de manier waarop wijzigingen in overeenkomsten worden gecommuniceerd. "Het is niet netjes vanuit het college van Castricum dat we dat via de krant moeten vernemen," stelde Rootjes.
E.W. de Jong voegde hieraan toe dat er al eerder verzoeken waren gedaan om inzage te krijgen in wijzigingsovereenkomsten, maar dat deze niet werden gehonoreerd. "We hebben nog een paar keer gevraagd om inzage, maar dat werd niet toegestaan," aldus De Jong. De discussie verschoof vervolgens naar de inzet van externe krachten door de gemeente Castricum. M.T. Brouwer de Koning merkte op dat de gemeente Castricum overweegt om een miljoen euro extra uit te geven aan externe krachten, wat volgens hem niet ten koste zou gaan van de BOEG-organisatie.
C.J. Rootjes uitte zijn zorgen over de financiële gevolgen van dergelijke beslissingen. "Als je extra geld ontdekt en je maakt dan geen exploitatie waar dat geld in gestopt kan worden, dan gaat het toch via de werkorganisatie," zei hij. E.W. de Jong deelde deze zorgen en benadrukte dat het inhuren van personeel niet de bedoeling is van de werkorganisatie.
A.M. Vroegop benadrukte dat als een gemeente op eigen kosten extra werkzaamheden wil uitvoeren, dit niet ten koste mag gaan van de andere gemeenten. "Het moet niet zo zijn dat die extra capaciteitsbehoefte voor rekening van ons komt," stelde Vroegop.
De discussie werd afgesloten met een oproep van T.A.P.H. Valkering om wijzigingsovereenkomsten in de commissie te bespreken, zodat vragen kunnen worden gesteld en beantwoord. "Ik ondersteun het verzoek om het op de agenda te zetten van de volgende commissie openbare ruimte," aldus Valkering.
Het debat eindigde met een oproep tot meer transparantie en betere communicatie tussen de gemeenten en hun raadsleden. "Laten we eerst de bespreking maar afwachten en dan zullen we wel kijken of het gelul in het gebouw hiernaast is," concludeerde Rootjes.